Deel 3 essay: De waarde van de digitale sociale connectie

Connectiviteit:
Het vermogen tot het aangaan van interactieve sociaal getinte verbindingen met gelijkgestemden binnen een digitaal netwerk. 

In het derde deel van dit essay ga ik in op het begrip “sociaal getint”. Dit is uitgewerkt aan de hand van profilering en socialiseren.

Profilering
In hoeverre zijn digitale connecties nuttig om je mee te profileren?

Uitgaande van het principe dat het begrip sociaal binnen een digitaal netwerk vooral is te vertalen als de mate waarin we elkaars content doorzenden of waarderen speelt het aanspreken van het eigenbelang bij gelijkgestemden een grote rol om ze daadwerkelijk over te halen tot interactie. Personal branding speelt hier o.a. een belangrijke rol in.

Het boek Het merk IK van Huub van Zwieten en Mark van de Grift uit 2005 gaat uitgebreid in op wat mensen tot sterke merken maakt. Hierin komen voorwaarden als authenticiteit, cohesie, synergie en focus naar voren.  Authenticiteit vertalen zij o.a. als “een oorspronkelijke manier van leven” met als voorbeeld Johan Cruijf die zijn autoriteit te danken heeft aan het feit dat hij overal verstand van heeft en altijd gelijk heeft. Cohesie en synergie is uit te leggen als consistentie in je persoonlijke stijl en uitstraling. Focus draait vooral om de te maken keuzes in wat men doet of zegt. Uiteindelijk levert dit net als bij “echte merken” winst op in de vorm van zelfvertrouwen, erkenning en waardering. In deze voorwaarden is veel te herkennen wat zich op de sociale platformen afspeelt. Een mooi voorbeeld hoe jongeren daarmee bezig zijn illustreren de onderstaande uitspraken.

een beter beeld begint bij jezelf

Social media zijn voor veel mensen belangrijk geworden om hun “sociale lifestyle” vorm te geven. Hiervoor heeft men binnen de digitale netwerken een overzichtelijke gebruikersomgeving met een scala aan gereedschappen tot zijn beschikking. Dankzij de Smartphonerevolutie is er altijd verbinding mogelijk met de netwerken. Op ieder moment van de dag wordt er gepubliceerd, contact gezocht en gereageerd. Het draait doorlopend om “de markt van personen, producten en diensten die men aan zich wil binden”. De keuzes die gemaakt worden zijn op basis van verstand (welke verhalen deel je?), gevoel (wat houdt je bezig en wat ga je tonen?) en expressie (welke stijl en uitstraling moeten je imago bepalen?).

Veel mensen zijn daardoor een groot deel van de dag bezig met hun eigen media ethiek en de bijbehorende dilemma’s, bewust of onbewust. Welke foto’s wel of niet plaatsen? In hoeverre praat je over je politieke voorkeur? Wat is “privé” en wat niet? Over welke producten praat je die je hebt gekocht? Kan je berichten plaatsen die “tegen het randje zijn”?

Men heeft dan ook geen moeite om de waarheid over zichzelf wat te verdraaien om zo op te vallen. Alleen dat opvallen is nu juist zo moeilijk binnen een sociaal platform. Wat dat betreft kunnen we bijna spreken over sociale massamedia als je kijkt naar de indrukwekkende gebruikersgetallen van bijvoorbeeld Facebook. Zadie Smith heeft in een artikel in NRC Handelsblad een interessante uitspraak gedaan met betrekking tot de populariteit van een sociaal platform in relatie tot gedrag en onderscheidend vermogen.

‘Met name Facebook is zo enorm gegroeid (zowel in het aantal gebruikers als de intensiviteit waarmee het wordt gebruikt) dat er een uniforme omgeving ontstaat waarin het er niet meer toe doet wie je bent, zolang je maar keuzes maakt (wat uiteindelijk betekent dat je iets koopt). Als het doel is om door steeds meer mensen aardig gevonden te worden, zal datgene wat een persoon uniek maakt steeds meer vervlakken’ (De generatie –Facebook doet zichzelf tekort: ze verdient zoveel beter, Zadie Smith, 2010).

De digitale sociale profilering uit zich in makkelijk kwantitatief meetbare indicatoren zoals het aantal vrienden wat men heeft en de waarderingen (likes) die men krijgt op berichten. Middels deze digitale populariteitskenmerken kan je dus letterlijk zien wat de stand van het imago is. En nog belangrijker: dit vergelijken met dat van je digitale connecties. Over het algemeen is de meetbare kwantiteit van contacten belangrijker dan de kwaliteit. Daarbij is het ook zo dat wanneer een platform uit de gratie valt men weer verplicht is over te stappen naar een ander platform waarop de contacten te vinden zijn. Dus de massa binnen social media is enorm bepalend voor de populariteit van een platform.

Je kunt dus stellen dat social media de lifestyle van iemand stuurt in plaats van dat de lifestyle van een persoon bepalend is voor het social media gebruik. 

Socialiseren
In hoeverre is het leggen van een digitaal contact geschikt voor oprechte sociale doeleinden?

Dit draait in feite om de hele basis waarvoor social media oorspronkelijk zijn bedoeld. Namelijk het aangaan en onderhouden van sociale relaties. Dit kunnen contacten zijn die men ook in de echte “fysieke wereld” heeft, alsmede de contacten die enkel via digitale netwerken lopen.

De aanname is dat over het algemeen genomen dat de meeste mensen op digitale netwerken een grote hoeveelheid vrienden of volgers hebben die zij niet of nauwelijks in het echte leven kennen. Laat staan dat ze daar intensief contact mee hebben. Daarbij moet er ook een verschil worden gemaakt in de manier waarop mensen zich op een netwerk begeven. Is het een gesloten account waarin slechts een handvol bekenden worden toegelaten of is het een open account waarin gemakkelijk privé contacten en zakelijke relaties worden gemixt. Dit zijn twee uitersten van online sociaal gedrag die allebei een ander principe van socialiseren hanteren.

Bij de keuze om heel selectief vrienden toe te laten via een gesloten account is er een ander belang voor de gebruiker om zich te profileren via het sociale medium wat hij gebruikt. Meestal gaat het om zakelijke doeleinden of contact met familie en “echte” vrienden. Hierbij is het sociale medium te beschouwen als een communicatiemiddel zoals telefoon of e-mail. In het geval van een open account is men (bewust of onbewust) bezig zichzelf te profileren via het medium. De geproduceerde content is gericht op aandacht, interactie en verspreiding.

Maar is het daadwerkelijk mogelijk om sociaal te zijn binnen een digitaal netwerk? Het sociale gedrag wat we online vertonen is feitelijk slechts een gereduceerde representatie van iets wat we in het echte leven doen. Jaron Lanier omschrijft dit in zijn boek als persoonlijk reductionisme.

‘In informatiesystemen is altijd sprake geweest van persoonlijk reductionisme. Als je je belastingformulieren instuurt moet je je status op reductieve manieren bewijzen. 

De meeste mensen zijn zich bij het invullen van hun aangiftebiljet bewust van het verschil tussen de werkelijkheid en de databasegegevens. Maar als je hetzelfde soort zelfreductie uitvoert om een profiel op een sociale netwerksite aan te maken wordt de volgorde omgedraaid. Je vult de gegevens in: beroep, burgerlijke staat en adres. Maar in dit geval wordt de digitale reductie een causaal element dat contact tussen nieuwe vrienden tot stand brengt’ (Jaron Lanier, 2010).

Doordat digitale reductie een causaal verband is geworden dat contact tussen nieuwe vrienden tot stand brengt zijn wij steeds meer bezig onszelf aan die situatie aan te passen. Dan komen we op het concept van camouflage. Neil Leach is een architect en theoreticus die de camouflagetheorie heeft ontwikkeld. Deze theorie geeft een uitleg aan hoe wij ons aanpassen aan de reductionele omstandigheden binnen een digitaal netwerk. Een belangrijk uitgangspunt hierbij is dat visuele strategieën deel uitmaken van het menselijk handelen (zowel online als offline). De strategieën vormen een reactie op de hedendaagse omstandigheden, maar zijn ook bepalend voor de omstandigheden.

‘Wij identificeren onszelf aan de hand van beelden. Ze stellen ons in staat te communiceren met de wereld, hetzij door de manier waarop we ons kleden en presenteren hetzij door de wijze waarop we onszelf in de omgeving “lezen”. Het is niet zo dat de werkelijkheid verloren gaat achter een wereld van simulatie. De simulatie zelf is het nieuwe interactiedomein geworden. Camouflage wordt hier dus opgevat als een mechanisme waarmee een individu zichzelf een plaats kan geven binnen een bepaalde culturele setting.  De functie is niet verhullen, maar een medium te bieden om met anderen in relatie te treden. Camouflage is een symbolisatiemodus die werkt als een vorm van connectiviteit’ (Neil Leach, 2006). 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: